Een goede start van het kalf na de geboorte begint bij de biestgift. Biest bestaat uit veel elementen, waaronder antistoffen (IgG). Het kalf moet voldoende biest van goede kwaliteit (minstens 50 gram IgG per liter of een brix-waarde >24) krijgen om de eerste weerstand te ontwikkelen. De darmwand van het kalf begint na 6 uur al te sluiten voor de passage van antistoffen, daarom is het belangrijk om ook zo snel mogelijk biest te geven.
De biestkwaliteit kan eenvoudig gemeten worden met een biestmeter of een refractometer. Indien de biest van goede kwaliteit is mag het kalf 3 liter binnen 2 uur krijgen, en 6 liter binnen 24 uur. Het advies hierbij is om het kalf biest te geven van zijn eigen moeder.
Om te controleren of het kalf voldoende biest binnen heeft gekregen, kan er bloedonderzoek op IgG worden uitgevoerd. Voor een goed beeld worden vijf kalveren tussen de 2-7 dagen oud gemonsterd (dit hoeft niet op één moment. Wij kunnen deze bloedjes centrifugeren en bewaren, om ze in één keer te verzenden).
Wanneer er problemen zijn met diarree bij uw pasgeboren kalveren, kan men ervoor kiezen om de droge koeien te enten. De antistoffen van dit vaccin komen dan in de biest en zullen bij een goede biestopname uw kalveren beschermen tegen diarree veroorzaakt door het Rotavirus, Roronavirus en door E. coli.

Om bij (ernstige) problemen door E. coli de periode te overbruggen tot het vaccin werkt, kunt u terugvallen op Locatim. Dit product hebben wij nieuw op de plank staan. Door Locatim eenmalig in de bek in te geven, krijgt het kalf een gecontroleerde specifieke dosis immunoglobulinen binnen. U moet locatim binnen 4 uur na de geboorte ingeven voor optimale werking. Dit geeft direct lokale bescherming. Locatim is dus geen antibiotica en telt net als vaccinatie niet mee in u DDD.